Skip to content

Een nieuw getij begint

Winter
De zon staat laag
Als die al schijnt tenminste

En bij het minste of geringste
Verstart wat eerder twinkelde
Het leven wordt vertraagd

Lente
Natuur fleurt op
De knoppen staan op springen
Tijd om te hopen en te zingen
Verlicht wat schuil ging in de stilte
Ontluikt wat was verstopt

Zomer
De dag verlengt
De vogels lijken vrijer
De mensen schijnen zichtbaar blijer
De beesten feesten in de weide
En regen die de grond doordrenkt

Herfst
De tijd die krimpt
De schaduwen worden langer
De zomerzon kent geen vervanger
Gelukkig maar dat ieder jaar
Weer met een nieuw getij begint

Gestolde vrijheid

Loskomen van jezelf

Gestolde vrijheid
Eenmaal bedacht
Mens zijn is mens wórden
Met terugwerkende kracht

Zonder last van het verleden
Of van een toekomst ongewis
Daarmee gaat teveel verloren
Van wat nú voorhanden is

Vrijheid is niets moeten
Maar is mogen
Vol verwond’ring, gaandeweg

Ied’re dag opnieuw ontdekkend
Dat Gods wil geen wet is
maar een weg

Voor wie alleen

Voor wie alleen op deze wereld is
Voor wie moet leven met gemis
Voor wie van niets meer zeker is
Bid ik…

Op hoop van Zegen

Voor wie gekweld wordt door verdriet
Voor wie de vreugde niet meer ziet
Voor wie de hoop geen uitkomst biedt
Bid ik…

Om nieuwe wegen

Voor wie zichzelf met spijt bezeert
Voor wie door wroeging wordt verteerd
Voor wie geloof heeft afgeleerd
Bid ik…

Om nieuwe hoop daartegen

Voor wie angstvallig is en bang
Voor wie bezorgd is levenslang
Voor wie aan ‘t einde van de gang
Bid ik…

Dat het opnieuw licht mag wezen



Wie God is

Wie God ís weet ik niet
Het enige dat ik van Hem hoor
Dat is zijn zwijgen
Mijn vragen waar ik misschien wel nooit
Een antwoord op zal krijgen

Wie God ís weet ik niet
Dat is voor mij te groot
Te hoog voor mij om te beseffen
Ik kan alleen te midden van de dood
Een lied proberen aan te heffen

Wie God ís weet ik niet
Dat laat zich niet bewijzen
Wel word ik iets van Hem gewaar
Kan Hem daarom alleen maar prijzen

Wie God ís weet ik niet
Dat is en blijft voor mij een wonder
Maar doordat ik Hem zo nu en dan ervaar
Weet ik - ik kan niet zonder


Zoals een vlieger

Zoals een vlieger stijgt
Alleen bij tegenwind
Zoals een ouder zwijgt
Tegen een dreinend kind

Zoals een bidder krijgt
Wie zoekt die vindt
Zoals religie overstijgt
Wat door ons wordt bemind

Geen godsdienst is gelijk
Maar hierin denk ik wel
‘t Gaat om een ander rijk
Dan om dat van onszelf

Geen zelfzucht en geen strijd
Is van geloven het subject
Maar ‘t is Gods liefde die bevrijdt
Van Jezus tot aan Mohammed

Hoe dwaas daarom in deze tijd
Hoe laf en vol van disrespect
Zijn zij waardoor een ander lijdt
Hoe goddeloos is hun gebed

Dat kind van jou

Je zou het vast willen houden
Ingebakerd
Geborgen in jouw hand
Je zou het willen bewaren
Dat kind van jou
Voor ied’re tegenstand

Maar loslaten dat móet je
Dat wéét je en dat kán je ook
Dankzij de liefde ben je toch
Voor altijd elkaars bondgenoot

Je zou veel dingen tegen willen houden
Ziekte, zorgen, tegenspoed of smart
Je zou het geluk zélf willen bepalen
Dat kind van jou
Voor altijd in jouw hart

Maar kind’ren die héb je niet die krijg je
En worden je slechts even toevertrouwd
Wat jij ze leert of hen hebt meegegeven
Daar wordt hun toekomst op gebouwd

Je zou hun leven zin en inhoud willen geven
Hoop, geloof en liefde om te doen
Je zou hen op iets hogers willen wijzen
Dat kind van jou
Omdat geen mens kan leven zonder visioen

Maar niet om ons zijn zij geboren
Van Hogerhand geroepen en bedacht
Loslaten is daar op hopen en vertrouwen
Gelukkig als je dát gelooft en dát verwacht

Gelijk een vogel

Gelijk een vogel zich laat dragen
Door de vlagen van de wind
Gelijk de bloemen op de velden
Onbekommerd melden
Zorgeloos te zijn gelijk een kind

Gelijk een zaadje diep verborgen
Zonder zorgen in de harde grond
Gelijk de kiemkracht in het water
Al veel eerder of wat later
Altijd haar bestemming vond

Gelijk de wolken boven zweven
Om het even wat beneden is
Gelijk het leven hier op aarde
Ogenschijnlijk zonder waarde
Deel uitmaakt van de geschiedenis

Gelijk de schepping doorgaat alle dagen
Zonder vragen zoals zij eens begon
Gelijk het was zo is het later
Vol vertrouwen op haar Maker
O als een mens dat ook eens kon