Skip to content

Verlangen

De dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren zijn vanouds dagen van gebed en inkeer.
Ze vormen de voorbereiding op het feest van Geest, de 50e dag van Pasen. Pentekosta in het Grieks. Pinksteren zeggen wij.
De lezingen op zondag 2 juni, de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, ademen ook die sfeer uit.
Immers, begint niet iedere geloofservaring met een oprecht verlangen naar God?

Wie alvast een inkijkje wil in de viering in de Sionskerk van komende zondag,
volg deze link.

Een nieuw gebod?

‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.
Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’.
Woorden van Jezus kort voor zijn afscheid in Joh. 13, de evangelielezing op 19 mei a.s.
Maar hoe nieuw is dat gebod? Werd ook in het Oude Testament al niet de zorg voor de naaste gezien als een van de grondbeginselen waarop een gelovig leven gebouwd is? (zie o.a. Deuteronomium 6). Of zit het nieuwe hierin, dat pas wie met huid en haar ervaart hoeveel er van hem/haar gehouden wordt, dat die pas van een ander mens kan houden?

We lezen naast Johannes 13 een visioen uit het laatste Bijbelboek, Openbaring 21. Over Gods nieuwe aarde waarop alleen nog plaats is voor nieuwe, lees vernieuwde mensen.

Kijk voor de orde van dienst op deze link.

De Kerk is jarig en daarom vieren wij feest!

Jawel, dat vieren wij op de 1e Pinksterdag. De 50e dag na Pasen, Pentecosta in het Grieks. Daar komt ons woord Pinksteren vandaan.
Wij zijn weliswaar niet zo jong meer, al bijna 2000 jaar oud, maar nog altijd springlevend.
Hoewel er mensen zijn die beweren dat de gezondheid van de kerk zienderogen achteruit gaat en het waarschijnlijk niet lang meer zal maken. Maar daar willen wij niet van weten. Wij zijn al zo oud en hebben al zoveel meegemaakt. Het mag een wonder heten dat de kerk nog steeds bestaat. Een Godswonder is het. Een reden dus voor ons om feest te vieren.

‘Maar soms is er niks aan Heer’, zo verzucht de dichter Geert Bogaard in één van zijn bundels. ‘Soms is er niks aan die kerk van U, omdat zij niet leeft vanuit uw toekomst. Er geen zichtbare tekens van opricht’. En even verder: ‘Een aantal stoelen met mensen er op, meer is het niet’. Een kritisch gedicht van een net iets te pessimistische geloofsgetuige misschien.
Al moet ik toegeven dat er bepaalde ontwikkelingen zijn of zijn geweest in de geschiedenis van de kerk die zo’n oordeel rechtvaardigen.

Maar toch, zoals gezegd, wij zijn er nog. Een Godswonder ja, dat is het.
Daarom zingen wij met Pinksteren tegen de stroom in liederen als: ‘Komt laat ons deze dag met heilig vuur bezingen. En met vernieuwde vreugd, want Gód deed grote dingen’.
Want eerlijk is eerlijk, wanneer het van mensen alleen af zou hangen…

Het begon allemaal dus op de 1e Pinksterdag.
Toen de Eeuwige zijn Geest uitstortte over de mensen die Jezus wilden volgen. En als dat je overkomt dan gebeurt er blijkbaar wat. Maar wat is er van geworden, zo vragen wij ons af.

Nou is er altijd een zekere spanning tussen ideaal en werkelijkheid. Wie de kerkgeschiedenis bestudeert zal dat ook meteen beamen.
De kerk heeft nog nooit gedurende langere tijd het niveau bereikt waarvan in de Bijbel gedroomd wordt. Dat neemt niet weg dat het goed is om naar tegenstemmen te luisteren. Zoals die van de dichter Geert Bogaard zopas. Kritische stemmen die ons gebrek aan beleving en aan geestdrift verwijten. Stemmen die twijfelen aan de geloofwaardigheid van de kerk.
Maar ik blijf het jammer vinden als mensen om die reden de gemeenschap van de kerk verlaten. Want we hebben elkaar zo nodig!

Misschien kent u die fabel wel, over die dieren die een school probeerden op te richten.
Hardlopen moest zeker op het programma, zo stelde het konijntje voor. Da’s goed, zei de vis, maar dan zwemmen ook.
De eekhoorn vond boomklimmen wel erg belangrijk en de vogel wilde persé een aantal uren vliegen op het rooster. Dat ging dus fout.
Het konijn werd op een tak gezet om te leren vliegen, maar hij brak alle vier zijn pootjes.
Daardoor kreeg hij een dikke onvoldoende op hardlopen. Daar waar hij anders zo goed in was. U begrijpt het al.

Ieder mens is uniek, geroepen om met zijn of haar eigen aardigheden en kwaliteiten, zich in te zetten voor de samenleving als geheel.
Het Pinksterfeest maakt geen andere mensen van ons, maar door Gods Geest bevlogen en bewogen mensen denken niet alleen aan het eigen belang of aan wat niet (meer) kan. Maar zij gaan uit van kansen en mogelijkheden om aan een veelbelovende samenleving vorm te geven. Wat ons betreft, in Jezus’ naam.

Pastor Bouke van Brug,
Protestantse Wijkgemeente Heerenveen-Zuid
vanbrug@upcmail.nl


(Geplaatst in het Skoatter Doarpsnijs van mei 2019)

Wie zoekt die vindt

Het licht schijnt sterker dan het donker
De liefde sterker dan de haat
Hoop gaat aan de wanhoop niet ten onder
De toekomst duurt voor wie het leven laat

Al lijkt de hemel soms van koper
Ten hemel schreiend het gemis
De kloven dieper en de bergen hoger
Het zal niet altijd zijn zoals het is

Daarom en toch zal ik geloven
Vertrouwen dat de twijfel overwint
Mijn hoop komt hoe dan ook van boven
Met een belofte dat wie zoekt die vindt

De hoop is opgestaan!

‘Ik heb de Heer gezien’ zo getuigde Maria. En ze vertelde het verhaal van de Levende.
Dat is geen romantische afsluiting van de paasweek, maar eerder een verhaal met een open einde.
Het Paasfeest is namelijk een verhaal dat verteld, dat dóórverteld moet worden.
Verstaanbaar en herkenbaar gemaakt moet worden voor mensen in deze tijd.
Want, als wij christenen, die zéggen te verwachten dat wij zullen opstaan later, nú niet opstaan tegen al het onrecht, dat er om ons heen gebeurt. Hoe moet dat dan straks?
Heeft het één niet alles met het ander te maken?

Zondagmorgen 21 april, 1e Paasdag vieren wij de overwinning van het leven. Jezus leeft en wij met Hem. De hoop is met Hem opgestaan!

Gospelkoor 'The Rising Hope' uit Burgum werkt mee aan deze dienst. Welkom in de Sionskerk.

De dienst begint om 10.00 uur, maar vanaf 9.45 uur beginnen wij alvast met zingen!

Wie alvast een inkijkje wil in de orde van dienst, volg deze link.

Palmpasen

De 6e zondag van de zogenaamde lijdenstijd, de veertigdagentijd voor Pasen, wordt nu eens niet naar een Psalm vernoemd maar naar de palmtakken waarmee de mensen zwaaien als Jezus Jeruzalem binnengaat. Op deze zondag vieren we in de kerk de feestelijke intocht in Jeruzalem. Het is de intocht van een nederige koning.
Zijn koningschap verwijst naar dat van God, zoals blijkt uit wat de omstanders roepen: “Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van Heer. Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste! (Lucas 19:38). De kinderen verlaten met hun zelf versierde palmpasenstokken wat eerder de kerk om met de huifkar naar het centrum van Heerenveen te vertrekken.
Daar sluiten ze zich aan bij kinderen uit andere kerken op het gemeenteplein.
Wie alvast een inkijkje wil in de opzet van de dienst in de Sionskerk, klik hier.

Volg voor verdere informatie ook deze link.

Veel meer mogelijk

Als dan de stermagnolia de sneeuw trotseert
de prunus en forsythia ons leert
dat na de winter straks de lente wederkeert
Dan is toch veel meer mogelijk?


Als dan de weidebloem het grauwe grasland kleurt
de kievit en de grutto in de velden wordt bespeurd
de milde lentezon het wolkendek verscheurt
Dan is toch veel meer mogelijk?

Als dan de vrede na de oorlog wordt gevierd
de wereld blijkbaar niet alleen in haat grossiert
de liefde van de een het leven van de ander siert
Dan is toch veel meer mogelijk?

Als dan de hoop de twijfel en de scepsis overwint
ruimhartig en gelovig als een kind
oprecht verlangen dat een samenleving bindt
Dan is toch veel meer mogelijk?

Als dan een boog van bovenaf de aarde raakt
na iedere nacht de morgen weer ontwaakt
gebrokenheid van hogerhand weer wordt gemaakt
Mijn God, dan is toch alles mogelijk?

Kerk in actie

De wereld is geen paradijs, maar dat wisten wij al. Ook al wekken reclames soms wel die indruk. Ze schilderen een droomwereld voor waarin vaders altijd voetballen met hun kinderen en moeders altijd klaar staan met een pot thee. Voor wie zo’n vredig tafereel een droombeeld ís tenminste. De werkelijkheid is echter anders. Achter de muren van veel woningen gaat veel ellende schuil. Tienduizenden kinderen die worden verwaarloosd of mishandeld door hun eigen ouders. Vrouwen die worden verkracht en misbruikt door hun eigen man. Telefonische hulpdiensten die overuren draaien en blijf-van-mijn-lijfhuizen die overvol zitten. Dát is helaas de realiteit voor nog altijd veel te veel mensen.
Er is nog altijd heel veel kwaad in deze wereld, kwaad dat vaak ook goede mensen treft. En het nieuws dat wij voorgeschoteld krijgen confronteert ons dagelijks met de gevolgen.

De verwoestingen van een cycloon in Mozambique, de honger in de hoorn van Afrika. De onophoudelijke strijd in grote delen van Azië en in het Midden Oosten, de recente spanningen in een aantal Latijns Amerikaanse landen. Dit alles met een eindeloze stroom aan vluchtelingen tot gevolg. Ten hemelschreiend is het. En dat doen wij dan ook: Heer ontferm U, roepen wij. Want afschuwelijk was en is het nog altijd. Maar kan Gód dat dan niet voorkomen?

Wij wéten het niet. En wee degene die het wél denkt te weten, alsof hem of haar dat van hogerhand is ingefluisterd. Wíj vragen het ons nog stééds af: kon Hij die de aarde losrukte uit het water van de oervloed, die Noach en de zijnen in leven behield tijdens de zondvloed. Die Zijn eigen volk een uitweg bood, dwars door het water van de Rode Zee.
Kan Hij zijn macht dan nú niet aanwenden om al die miljoenen onschuldigen te beschermen?

Wij naderen in de kerk de 5e zondag van de veertig dagen, dit jaar is dat op 7 april. Een dag die in de kerkelijke traditie zondag Judica wordt genoemd, dat is: doe mij recht.
U weet, de zes zondagen van de veertigdagentijd droegen vanouds Latijnse namen. Vaak ontleend aan de Psalm die bij de zondag hoort. Op deze zondag is dat Psalm 43.
“Verschaf mij recht o God, vecht voor mijn zaak” staat in het 1e vers. Maar wat is recht?

Ik weet dit wel, bij alle vragen die bij ons overblijven, wie bij de pakken neer gaat zitten, toont weinig geloof. En juist dát is wat de wereld zo hard nodig heeft, juist nú. Mensen die ondanks alles blijven geloven en vertrouwen op God. Dat Hij ons en de wereld recht zal doen! Hoe en wanneer dan ook. Er is, voor mensen die het van God verwachten, altijd hoop. Maar dat is wel een hoop om te doen. Jawel, er is een hoop te doen!

Spitsvondige antwoorden op de grote levensvragen hebben slachtoffers nog nooit geholpen en die helpen hen ook nu niet. Het enige wat helpt is hulp.
Jawel, Kerk in aktie dus! Wat ons betreft: in Jezus’ naam.

(Geplaatst in 'De Kern', 5 april 2019)

Zondag ‘Oculi’

Zo wordt de 3e zondag van de veertigdagentijd genoemd, naar Psalm 25 vers 15: ‘Ik houd mijn oog gericht op de HEER, Hij bevrijdt mijn voeten uit het net’.
We lezen op deze zondag, 24 maart a.s. uit Lucas 13:1-9, waar de vraag wordt opgeworpen of er een verband bestaat tussen wat er mis gaat in de wereld, de zonde en Gods straf.
Daar is in de loop der eeuwen veel over nagedacht, wat tot veel onheil heeft geleid.
Niet zelden kregen slachtoffers ook nog eens een religieuze schop na: eigen schuld, dikke bult!
Ook in de eerste verzen van de evangelielezing wordt iets in die richting gesuggereerd, hoewel vragenderwijs en heel voorzichtig.
Je kunt namelijk ook heel anders met het lijden omgaan.

We hebben het er over, zondagmorgen om 9.30 uur in de Sionskerk, welkom!
Voor alvast een inkijkje in de liturgie volg deze link.

Berg-op en berg-af

Het gaat berg-op en berg-af in het Matteüs evangelie.
Met aan het begin, vanaf het 5e hoofdstuk de zg. bergrede, waarin Jezus de spelregels van Gods Rijk aan zijn leerlingen uitlegt. En aan het eind worden diezelfde leerlingen er op uit gestuurd, de wereld in, opnieuw vanaf een berg.

En halverwege in hoofdstuk 17, wanneer Jezus als het stralend middelpunt gezien wordt van de Joodse wet en de profeten. Een gebeurtenis die zich eveneens afspeelt bovenop een berg.
Het is dan ook een bekend motief, een terugkerend thema in de Bijbel. De berg is kennelijk de plek, in de beleving van de Bijbelschrijvers, waar je God kunt vinden.
Of iets van Hem te horen krijgt, op zijn minst.
Wat zegt u, dat zou u ook wel willen?

Opnieuw een boeiende ontmoeting, waarin ik voor mag gaan, zondagmorgen 17 maart in verpleeghuis Anna Schotanus. Klik hier voor de liturgie.

Wanneer

Wanneer geen hoop meer troosten kan
geen antwoord geeft op je verdriet
geen enkel woord meer uitzicht biedt
wie is dan nog je herder

Wanneer geen taak of toekomstplan
je nog kan inspireren
geen goede wil om te waarderen
wie helpt je dan nog verder

Het leven is zoals het is
Je leeft vandaag ziet uit naar morgen
maar hoe die zijn zal blijft verborgen

Maar evenals de stralen van de zon
een wolkendek uiteen kan drijven

Soms wou je dat je ‘t kon
ondanks je zorgen toch geloven blijven



Antisemitisme

Antisemitisme

‘Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede’, aldus één van de Psalmen in de Joodse Bijbel, Psalm 37.
Welk land wordt daarmee bedoeld? Het land Israël, èretz Yisrael, zoals de Joden zeggen. Het aan hen toegezegde grondgebied, van oudsher?
Of hà áretz, dat is de gehele aarde, waar alleen de rechtvaardigen - in de Bijbel vaak als synoniem gebruikt voor de nederigen - waar alleen zíj dus recht op hebben?
Zo wordt het in elk geval door Jezus bedoeld in Matteüs 5, wanneer hij zegt: ‘Gelukkig zijn de zachtmoedigen, want zíj zullen het land bezitten. En gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hén is het Koninkrijk van de hemel’.

Het zijn verwarrende tijden voor allen die zich met het volk Israël verbonden weten. Dat heeft uiteraard te maken met de beelden die wij voorgeschoteld krijgen. En met de verhalen die wij soms te horen krijgen. Verhalen over arme, hopeloos gefrustreerde jonge Palestijnen, die worden doodgeschoten.
Gekleineerd, geminacht of verdreven van hun eigen land door zwaar bewapende Joden.
Natuurlijk, aan de andere kant werd én wordt waarschijnlijk nog veel meer geleden.
En natuurlijk, de camera’s staan altijd net daar waar de klappen vallen. Geen nieuwsbericht is volledig objectief.
Maar pijnlijk is het wel. Want dat verwacht je toch niet van een land dat volgens sommigen een geschiedenis heeft met God?

Hoe gaan wij daar nu als kerk mee om? ‘Wie durft er nog met Israël aan te komen’, verzuchtte ooit een collega van me, die zich op dit thema voorbereidde.
Toch spreekt mijn eigen Protestantse Kerk, in haar beginselen, van een onopgeefbare verbondenheid met het Joodse volk.

Letterlijk staat er: De kerk is geroepen om gestalte te geven aan haar onopgeefbare verbondenheid met het Joodse volk. Als Christusbelijdende geloofsgemeenschap zoekt zij daarom het gesprek met Israël voor wat betreft het verstaan van de Bijbel. In het bijzonder betreffende de komst van het Rijk Gods.
Dat neemt niet weg, dat het beleid van de huidige regering van Israël en de gebeurtenissen die ik zopas noemde, ons geen zorgen baren. Want dat keuren wij natuurlijk ook niet goed.
Maar is dit dan het Israël, het volk van God onderweg, waar de Bijbel op doelt? Het lijkt er vaak niet op.

Toch voelen wij ons met dit volk verbonden. Jazeker, maar waarom dan toch? Wel, omdat wij geen andere God dienen dan de God van de Joden. En omdat wij bescheiden meelezen in hún Bijbel en bovendien, ook Jezus was een Jood. Een echte zoon van David. Sterker nog, dankzij Hem delen ook wij in Gods belofte van het hun toegezegde land.
Wat dus niet betekent dat wij geen oog zouden hebben voor het onrecht dat bv. de Palestijnen wordt aangedaan, door hen.
De Eeuwige heeft Israël trouwens ook niet uitverkoren ten koste van de volkeren. Integendeel, het is eerder andersom.
Hij heeft juist hén gezegend om tot een zegen voor anderen te kunnen zijn. Ik betwijfel of die boodschap wel door iedereen in Israël begrepen wordt.
Dat geldt trouwens ook voor ons.

Nee, niet alles wat Joods is of Israël heet is daarmee automatisch Bijbels. Maar alles wat Bijbels is is dus wel Joods!
Daarom, wanneer het antisemitisme of de haat tegenover Joden weer de kop opsteekt, zoals zo vaak in de geschiedenis, dan kan de kerk niet anders dan zich dat persoonlijk aantrekken en zich daar met woord en daad tegen blijven verzetten.

Want je kunt de kerk onmogelijk los zien van het Joodse volk. Of zoals het verder in de beginselen van de Protestantse kerk wordt gezegd: Wij delen, samen met Israël in de geschonken verwachting en strekken ons samen met hen uit naar de komst van het Koninkrijk van God.
Daarom dus!


(Gepubliceerd in het Skoatter Doarpsnijs van maart 2019)

Geen aardse taal of hemels teken

Geen aardse taal of hemels teken
verklaart het menselijk begin
Geen wetenschap of technisch spreken
onthult het Godsgeheim daarin.

Geen logica belicht het wonder
van het waartoe of waar vandaan
Geen rede maakt het niet bijzonder
dat wij al eeuwenlang bestaan.

Geen denkend mens die nooit eens twijfelt
aan het vertrouwen in ons brein
Geen ongeloof dat nooit eens weifelt
of er wellicht niet meer kan zijn.

Geen zekerheid, alleen geloven
geldt als mijn enige bewijs
Geen ander woord dan dat van boven
is dat ik God als schepper prijs.

Vanzelfsprekend

Op zondag 3 maart, de laatste zondag voordat de veertigdagentijd begint, groeit het besef dat het erop aan zal komen. Er is in de Bijbelse theologie niets leerstelligs, het gaat niet om een bepaalde theorie, maar om geloven metterdaad. Je hoeft het niet bij het rechte eind te hebben om een leerling van Jezus te kunnen zijn. Je hoeft niet de goede antwoorden te weten, maar je moet de gezindheid hebben die ook de Meester kenmerkte.
Het worden weer twee spannende diensten, waarin ik voor mag gaan die dag.
Klik op onderstaande link voor de liturgie.

's Morgens in de Sionskerk en 's middags in Trinitas.

Woorden

Goede woorden spreken
Hoopvol visioen
Beloften niet verbreken
Vanzelfsprekend doen

Hoop om van te houden
Door geloof gevoed
Zal niet snel verflauwen
Voor wie liefde doet

Hemels woord van boven
Wordt rap misverstaan
Als door wie geloven
Er niets wordt gedaan