Op Eerste Paasdag rondden we het project af dat op alle zondagen voor Pasen in onze wijkgemeente aan de orde is geweest. Dat project had als thema: Durf! Durf! staat voor de durf die je hebt om als christen anders te leven. Je moet durven om het lawaai van alledag te verlaten. Je moet durven om niet de eerste te willen zijn, maar je dienstbaar op te stellen. Je moet durven om op te staan.
In de dienst werd het Paasverhaal gespeeld door leiding en kinderen van de Kinderkerk. Het verhaal werd begeleid door spannende geluiden van de musici. De hele dienst werd begeleid door koperblazers o.l.v. Piet Bergsma en door Albert Koekoek op de piano.
Dit is de preek:
Ze was jong gaan samenwonen en na een paar jaar was haar relatie stukgelopen. Haar vrienden en vriendinnen kregen een email. ‘Ik
heb het huis goed kunnen verkopen en daarom ga ik een jaar op wereldreis, om mezelf te kunnen vinden’. Haar vrienden hadden weinig vertrouwen in de onderneming gehad. Want wat is dat nou ‘jezelf vinden’. Alsof er een soort kern in een mens zit, die je door veel zoeken naar boven moet brengen.
Toen ze terug kwam begrepen ze het beter. Ze had afstand nodig gehad om wat beter naar haar leven te kijken. Pas op het strand van Bonaire had ze kunnen voelen hoe rot ze zich eigenlijk in haar relatie gevoeld had. In haar hotelkamer had ze liggen huilen tot ze in slaap gevallen was.
De rest van het jaar had ze gebruikt om te experimenteren met haar gedrag. Ze was altijd meegaand geweest, tot het moment dat haar grenzen helemaal overschreden waren, dan kwam het mes te voorschijn, niet letterlijk hoor, maar ze kon dan ongelofelijk fel van zich afbijten. Ze had het jaar gebruikt om duidelijker kunnen zijn, grenzen kunnen aangeven en daardoor volwassener, evenwichtiger, en ook veel aardiger kunnen zijn. En dat had ze teruggekregen.
Ik denk dat een mens voor een belangrijk deel bepaald wordt door de wonden die hij heeft. Door het verdriet dat er in je leven is en meer nog door de manier waar je daarmee omgaat. Dat geldt voor een mens apart, maar ook voor een hele samenleving. Voor Nederland is de Tweede Wereldoorlog zo’n wond, of recenter: de moord op Fortuyn en Theo van Gogh. In Suriname zijn het de decembermoorden of het koloniale verleden. Hoe ga je om met die wonden: verdoezel je de wonden, zoals nu in Suriname gebeurt. Of wil je wraak. Schaam je je vooral. Het antwoord dat je daar op vindt bepaalt in belangrijke mate hoe je verder gaat als land.
Maar het eerste wat je moet doen is: laat de wond toe.
In de tuin van het hof staat een vrouw met verdriet. Zij huilt. Deze plek heeft ze opgezocht, om toch nog iets van haar geliefde in handen te hebben. Hier durft ze het verdriet over het gemis toe te laten. Ze durft te voelen hoeveel hij voor haar betekende. Haar leermeester, de man die haar een nieuw zicht op haar leven gaf. Maar zelfs zijn lichaam is er niet meer. ‘Ze hebben hem gekruisigd en zelfs zijn dode lichaam hebben ze niet voor me overgelaten’. En verdriet stapelt zich op verdriet. Ze kijkt rond, ze zoekt en ze buigt zich voorover om in het graf te kijken.
Huilen en zoeken zijn tekens van liefde. Je zoekt naar wat er niet meer is. Je weet drommels goed dat het er niet meer is, maar je zoekt toch. Je kijkt waar je nog een spoor van hem kunt vinden. Dat is de zin van komen naar een herdenkingssteen. Trouw zijn aan de plaats waar hij geweest is. Het niet aan het verleden overlaten, maar gedenken en de tijd die verloren ging blijven koesteren.
Als Maria Magdalena zich voorover buigt naar het graf ziet zij vooral dat hij er niet is. Zij blijft haar geliefde zoeken, maar hij is er niet. Ze ziet
twee engelen in witte kleren, en ieder ander zou versteld staan als hij twee boodschappers van de hemel zag, maar voor haar markeren de engelen slechts de plek waar hij niet meer ligt. “Waarom huil je” vragen de engelen. “Omdat zij mijn Heer, hebben weggenomen en ik weet niet waar zij hem gelegd hebben”.
Pasen is geen afscheid van de tranen, alsof die onterecht waren. Pasen is de beloning van de tranen van Maria en van haar zoeken. Want de hovenier spreekt haar aan: Maria. Een stem die haar bij haar naam noemt. Het mooiste geluid van de wereld in een enkel woord: Maria. En plotseling zal die naam niet meer hetzelfde betekenen voor haar. Zij zocht zijn plek, daar waar hij ooit was, maar hij is een levende stem. Hij is een levend woord dat haar ten diepste raakt. En zij is weer die zij was, leerling van de levende stem. Rabboeni, zegt zij, Mijn meester.
‘Durf op te staan’ is het thema van deze dienst. En ook al heb dit thema zelf verzonnen, ik heb er ook wel wat moeite mee. ‘Durf op te staan’ klinkt alsof je alleen maar een beetje durf nodig hebt en dat je dan uit de moeilijke situatie waar je in zit . Niet zeuren, opstaan. Alsof je dat zomaar kan. Opstaan. De bijbel gebruikt het woord opstaan dan ook niet, de bijbel spreekt van opgewekt worden. Jezus wordt opgewekt, een mens wordt opgewekt. Daar zit iets passiefs in, iets wat je niet in eigen hand hebt. God wekt jou op. Je springt niet enthousiast te voorschijn, duwt je steen het graf uit, en kom, ‘wereld hier ben ik’.
Het verhaal van Pasen is het verhaal van de opwekking van Jezus.
Maar het verhaal van Pasen is ook het verhaal van de opwekking van Maria Magdalena. Ook Maria wordt opgewekt. En bij Maria kan je zien dat er ook iets van ‘opstaan’ in haar opwekking zit. Zij kan zich niet zelf uit haar onuitsprekelijke verdriet bevrijden, dat kan niet, dat hoeft ook niet, haar verdriet is niet verkeerd. Maar Maria durft te zien dat het Pasen is. Ze liet haar tranen toe en nu durft ze het wonder toe te laten en dat vernieuwt haar leven. Zij draait zich om uit het graf en ze durft de stem van Jezus te herkennen. Zij durft te zien dat Jezus is opgewekt uit de dood en ze doet daarin mee. Ze staat niet op uit zichzelf, maar als dit gebeurt, dan grijpt ze het aan en doet ze mee.
Ik moet denken aan de mensen in India die meedoen met het biogasproject van Kerk in Actie. Elke dag zijn ze uren bezig met het sprokkelen van hout. En dan komen er mensen langs die een biogas project met hen willen beginnen. Moeten ze er wat voor doen, nou ja, ze moeten alleen maar de mest van hun koeien te verzamelen, die aan te lengen met water en daar flink in te roeren. Ik kan me voorstellen dat je zo’n project niet meteen vertrouwt. Op de één of andere manier hebben ze zich toch ook toevertrouwd aan de mensen van Kerk in Actie. Hebben ze gedurfd om daar in mee te gaan. Hebben ze gedurfd om op te staan.
Wat voor vrouw is Maria hierna, nadat zij Jezus gezien heeft? Is zij een vrouw die geheel bevrijd is van haar verdriet? Dat denk ik niet. Verdriet is vaak groter dan alleen dat ene waar je over huilt. In verdriet komt zoveel van je hele leven mee. Je huilt niet alleen over de man die je mist, maar ook om al die dingen die je zo graag anders had willen zien. En toch wordt haar leven anders. Komt haar leven in een ander licht te staan. En ze durft zich toe te vertrouwen aan dit licht, ze durft er in mee te gaan.
Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, richt u dan op
wat boven is, richt u op de hemel, schrijft Paulus. Ja, je hebt een wond in je leven, die is er, volkomen helder, maar je probeert je toe te vertrouwen aan wat meer is dan die wond. In het kleine van een nieuwe verantwoordelijkheid die je op je neemt: al is het maar zoiets eenvoudigs als één keer in de week rolstoelen duwen in een verzorgingscentrum. Je probeert je toe te vertrouwen aan Christus, aan het grote wereld veranderende wonder dat hij uit de dood is opgewekt. En dan zie je dat er een leven voor je is – niet 100% knallend, nee absoluut niet, maar je hart ligt bij Christus. Je hart ligt in Christus. Daar ben je zijn mens. Daar word je gekend, daar word je genezen. Daar ligt een nieuwe wereld. Amen.
.